Film kijken met alle zintuigen
Al ruim twintig jaar betrap ik mezelf op hetzelfde vreemde gedrag in de bioscoop. Terwijl de meeste mensen naar acteurs, camerawerk of dialogen kijken, glijden mijn ogen vroeg of laat naar een bord, een glas of een hand die iets naar de mond brengt. Niet omdat ik honger heb, maar omdat ik gefas...
Al ruim twintig jaar betrap ik mezelf op hetzelfde vreemde gedrag in de bioscoop. Terwijl de meeste mensen naar acteurs, camerawerk of dialogen kijken, glijden mijn ogen vroeg of laat naar een bord, een glas of een hand die iets naar de mond brengt. Niet omdat ik honger heb, maar omdat ik gefascineerd ben door wat eten en drinken met een scène doen.
Die fascinatie begon als een eenvoudige verwondering. Waarom onthouden mensen de ratatouille uit Ratatouille? Waarom voelt de Cubano-sandwich uit Chef als een kantelpunt in de film? Waarom blijft een glas whisky uit Lost in Translation zo lang hangen in je geheugen? In de loop der jaren begon ik films systematisch te analyseren op eet- en drinkmomenten. Niet alleen foodfilms, maar alle genres. Overal bleek eten een grotere rol te spelen dan ik aanvankelijk dacht.
Later kreeg ik via Cinema Culinair de kans om ook het publiek te observeren. Tijdens vertoningen zie ik mensen glimlachen wanneer een acteur proeft. Soms zie ik iemand onbewust slikken. Soms ontspant een gezicht. Soms ontstaat er spanning. Het zijn kleine reacties, maar ze zijn er wel.
Dat roept een interessante vraag op. Waarom reageren we lichamelijk op iets wat we niet zelf proeven?
Een deel van het antwoord lijkt in ons brein te liggen. Wanneer we eten zien, herkennen we niet alleen een object, maar ook een ervaring. Een chocoladetaart is een verzameling herinneringen, associaties en gevoelens. Nog voordat we ons daarvan bewust zijn, activeert ons brein eerdere smaakervaringen. We proeven niet echt, maar iets in ons reageert alsof dat wel gebeurt.
Dat maakt eten tot een verrassend krachtig instrument voor filmmakers.
Regisseurs sturen emoties traditioneel met beeld, geluid en montage. Maar eten en drinken vormen een extra laag die vaak over het hoofd wordt gezien. Hoe langer ik films analyseerde, hoe meer ik ging vermoeden dat regisseurs niet alleen een verhaal vertellen, maar ook een soort emotionele smaakreis ontwerpen.
Eten kan bijvoorbeeld in één klap duidelijk maken dat mensen elkaar gevonden hebben. In het dagelijks leven ontstaan de mooiste gesprekken vaak aan tafel. In films werkt dat niet anders. Wanneer personages samen genieten van een maaltijd, ontstaat er bijna automatisch een gevoel van verbondenheid. Of het nu vrienden, geliefden of familieleden zijn: samen eten vertelt de kijker dat mensen elkaar vertrouwen, begrijpen of beginnen te waarderen. Een gedeelde maaltijd is misschien wel de snelste route naar menselijkheid.
Zoet wordt vaak geassocieerd met veiligheid, warmte en beloning. Dat zie je terug in Julie & Julia. De film draait niet alleen om koken, maar ook om troost, liefde en levenslust. De boter, de desserts en de beroemde chocoladetaart voelen als een warm bad. Zelfs wanneer het leven tegenzit, blijft de film vertrouwen uitstralen dat aandacht, liefde en goed eten uiteindelijk iets kunnen herstellen.
Zure smaken doen bijna het tegenovergestelde. Een citroen of een fris drankje maakt alert. In The Menu word je als kijker voortdurend op scherp gehouden. De gerechten lijken voortdurend te suggereren dat er iets niet klopt. Dat effect zie je ook buiten de keuken. Een glas koud water in iemands gezicht, een plotselinge slok bruisende drank of een felzure hap werkt vaak als een kleine schok. De kijker wordt als het ware wakker geschud en gaat iets rechter zitten. Frisheid is filmisch gezien een subtiele vorm van: opletten, hier gebeurt iets belangrijks.
Bij films waarin energie en beweging centraal staan, verschijnen vaak krachtige, zoute smaken. In Chef wordt de Cubano-sandwich bijna een symbool van vrijheid. De gerechten voelen hartig, direct en vol levenslust. Je voelt als kijker dat de film weer vooruit beweegt.
Bittere smaken hebben weer een heel ander effect. Denk aan koffie of whisky. Ze worden opvallend vaak ingezet in films over verlies, twijfel of zelfonderzoek. Niet omdat bitter verdriet veroorzaakt, maar omdat bitter vertraagt. Een personage nipt aan een glas whisky. Een slok wordt even vastgehouden. Er valt een stilte. Juist doordat de handeling vertraagt, krijgt de kijker ruimte om iets te voelen. Bittere smaken lijken personages en publiek uit te nodigen om niet weg te kijken van ongemakkelijke emoties. In Lost in Translation versterkt de Suntory-whisky het gevoel van melancholie en vervreemding dat door de hele film heen hangt.
Misschien het meest interessant is umami, die diepe hartige smaak die moeilijk te omschrijven is, maar onmiddellijk herkenbaar voelt. In Ratatouille verandert een eenvoudig groentegerecht in een machine voor herinneringen. Wanneer criticus Anton Ego proeft, verschuift de film van ambitie naar emotie. Het gerecht activeert iets dat dieper ligt dan smaak alleen.
Wat mij na al die jaren vooral fascineert, is dat goede films nooit één smaak hebben. Net zoals een goed diner niet uitsluitend zoet of zout is, bestaat een goede film uit meerdere emotionele lagen. Een film prikkelt, schuurt, ontspant, verrast en troost. De spanningsboog van een film lijkt daardoor verrassend veel op de opbouw van een zorgvuldig samengesteld menu.
Misschien wordt dat nergens duidelijker dan in La Grande Bouffe. Wat begint als een feest van rijkdom en overvloed, verandert langzaam in een beklemmende ervaring. Dezelfde gerechten die eerst verlangen oproepen, veroorzaken later ongemak. De film laat zien dat smaak niet alleen kan verleiden, maar ook spanning, verval en afkeer kan oproepen.
Dat inzicht kreeg voor mij een nieuwe betekenis toen ik begon te experimenteren met film en smaakbeleving. Tijdens vertoningen krijgen bezoekers exact hetzelfde eten en drinken als de acteurs op het scherm, tot op de seconde nauwkeurig. Ze proeven mee en proosten mee. Wat mij daarbij opvalt, zijn niet zozeer de gerechten, maar de reacties. Alsof smaak een extra laag toevoegt aan wat de regisseur al probeert over te brengen.
Natuurlijk bewijst dat niets. Maar het voedt wel mijn vermoeden dat smaak een grotere rol speelt in filmbeleving dan we meestal denken. Misschien komt dat doordat smaak dichter bij het lichaam zit dan veel andere zintuiglijke prikkels. We kunnen een beeld analyseren en een dialoog interpreteren, maar een smaakreactie ontstaat vaak sneller dan een gedachte.
Misschien is dat uiteindelijk waar cinema altijd naar streeft. Niet dat we naar een verhaal kijken, maar dat we het even voelen alsof het ons eigen verhaal is. En misschien is dat ook de reden dat sommige films zo lang blijven hangen. Niet omdat we ze begrijpen, maar omdat we ze ergens in ons lichaam hebben gevoeld.